Aardrijkskundige namen

 

Wat zijn aardrijkskundige namen en waarom zijn ze (ook) cultureel zo belangrijk?


In onze woonomgeving spelen wegen, waterlopen, nederzettingen, heuvels en kunstwerken zoals viaducten, tunnels, rotondes of sluizen en nog veel meer topografische objecten een belangrijke rol. Om daar naar te kunnen verwijzen, ten behoeve van de navigatie, voor distributie van goederen, voor onderhoud of planning, geven we die objecten namen. Dat doen de inwoners van dit land al vanaf het moment dat ze zich hier vestigden. Aardrijkskundige namen (of ook wel geografische namen of toponiemen) zijn dus namen van topografische objecten om ons heen. Veel van die aardrijkskundige namen bestaan al heel lang; vaak zien we dat ze meegaan met de ontwikkelingen in de taal en de uitspraak. Zo veranderden varianten als Amestelledamme en Aemstelredam geleidelijk in Amsterdam. Op een gegeven moment wordt in de natuurlijke ontwikkelingen ingegrepen en legt de overheid de spelling vast (standaardisatie). Voor veel aardrijkskundige namen gebeurde dat pas in de twintigste eeuw. Bij die vastlegging probeert men rekening te houden met de oorspronkelijke betekenis: namen zijn namelijk nooit willekeurig gegeven, maar er is altijd een reden voor een naamgeving geweest. Ze konden de oorspronkelijke toestand of situatie ter plaatse beschrijven of een persoon dan wel gebeurtenis herdenken. Door hun vorm en de spellingveranderingen die namen hebben ondergaan, vertellen ze ons ook iets over de periode waarin ze werden gegeven. Daarnaast hebben de aardrijkskundige namen een bijbetekenis: die kan historisch zijn (bij de naam Nieuwpoort komt meteen het jaartal 1600 boven drijven), economisch (wat denken mensen bij namen als Rotterdam of Eindhoven?), religieus of cultureel (Tegelen, de passiespelen of Diever met opvoeringen van Shakespearetoneel) of nog anders.

Plaatsnaamborden van de “Acht Zaligheden” in de Kempen dicht bij Eindhoven: Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre (Brabants: Wentersel). “Zaligheid” slaat op de uitgang -sel, een woord dat verwant is aan “zaal” (grote ruimte in aanzienlijk huis) en eens “woonplaats” betekende. “Zaligheden” is een naamgrapje om dit vroeger armelijke gebied te beschrijven.