Cultureel erfgoed

Aardrijkskundige namen als cultureel erfgoed


Mensen gaven al heel vroeg alles in hun omgeving een naam. Grote rivieren, opvallende heuvels en uitgestrekte bossen of moerassen hebben vaak nog steeds hun oude namen, al veranderden die met de taal mee. Dorpen en steden waar al lang mensen wonen, hebben ook vaak oude namen. Die werden van generatie op generatie overgedragen. Namen die slechts beperkt bekend waren, werden vaak pas later
opgeschreven.


De rivier de Maas noemden ze Mosa en een belangrijke plek waar men een rivier overstak heette bij de Romeinen een trajectus. In de loop van de eeuwen noemde men de hoofdstad van Limburg Maastricht of Mestreech. Doordat het Nederlands de officiële taal was, staat de Nederlandse variant van de naam op de meeste kaarten. Dat geldt voor alle nederzettingen in Nederland, behalve in Fryslân waar verscheidene gemeenteraden de afgelopen jaren de Friese variant van de naam als de officiële heeft vastgesteld. Raerd staat dus in de basisadministratie en niet Rauwerd (zoals het lang bekend stond).

Straatnamen zijn soms ook al heel oud, maar meestal werden die pas in de loop van de twintigste eeuw officieel. Bij de naam Neude (in Utrecht) denkt ieder nu aan een plein. Het blijkt dat hier oorspronkelijk een meander van de Rijn liep, waardoor het een drassige plek was. Zoiets noemde men “noda”. Dat woord werd een naam (net zoals het woord “keuken” met “koken” te maken heeft). In zo’n naam zit dus een hele geschiedenis en dat is misschien ook zo met de Voorstraat, want daarin zou het Latijnse “forum” (markt) kunnen schuilen. Maar vaak heeft “voor” met de ligging te maken en is er ook een Achterweg. Elke gemeente heeft namen, die tot het culturele erfgoed van de streek behoren.

Wanneer een naam eindigt op “steeg”, denken de meeste Nederlanders aan een smal straatje waar de huizen dicht op de weg staan. Iets dat Groningers vaak een “gang”noemen. Oorspronkelijk was de betekenis van steeg, “pad”. In Oost-Nederland verwijzen namen met “steeg” soms naar gewone wegen. Doordat de bewoners van een steeg in West- en Noord-Nederland zich soms schaamden in een steeg te wonen, pasten gemeentebesturen wel eens een naam aan. Er zijn stegen van een meter breed, die een naam met straat hebben gekregen.

Straatnaamgeving in de gemeente Zeist: de wijk Nijenheim telt 98 straten, waar via deze richtingborden naar wordt verwezen. De straten kregen geen “echte” namen, maar nummers. Deze ontwikkeling (in de USA vrij gangbaar) komt in Nederland nauwelijks voor. Wel worden dergelijke verwijzingen met nummers veel aangetroffen bij industrieterreinen en bij afslagen van autosnelwegen. De wegen zelf hebben naast een naam (vooral de kleinere) ook dikwijls een nummer gekregen (zeker de belangrijke).

Ook een naam met “steeg” is eigen cultureel erfgoed. De aardrijkskundige namen in een streek houden verband met de bewoningsgeschiedenis, de taal die de mensen spraken, hoe het land werd gebruikt of welke beroepen de bewoners uitoefenden, wanneer de naam werd ingevoerd. Nog veel meer zaken kunnen een rol spelen. Zo vind je in heel veel plaatsen (zeker waar een sterke band met Oranje bestond) wijken met namen die verbonden zijn met het Koninklijk Huis (sommige Prinses Marijkestraten werden op enig moment omgedoopt tot Prinses Christinastraten). Je ziet “bloemenstraten”, “componistenbuurten” en “vogelwijken” enz. De namen die een gemeente koos als er een dorps- of stadsuitbreiding plaats vond, zeggen iets over hoe een gemeentebestuur toen over namen dacht. Het eren van een vooraanstaand of beroemd burger door een straat of een weg naar iemand te vernoemen, is heel lang zeer gebruikelijk geweest. Pas de laatste vijftig jaar is daarin een zekere kentering gekomen. In dezelfde periode werd het meer en meer gebruik om een nieuwe straatnaam niet meer op “straat” te laten eindigen. “Weg”, “laan” of “dreef” gaf aanvankelijk meer aanzien, maar vandaag de dag zie je dat soort slotwoorden weinig meer. Naamgevinggewoonten zijn ook cultureel erfgoed.

Vaak krijgen paden tegenwoordig een groen naambord als die naam tenminste niet (ook) als adresnaam fungeert. De VNG-publicatie “Benoemen, nummeren en begrenzen” (R.B.M. ten Kroode, 2002) is een handreiking voor gemeenteambtenaren die met de ordening van topografische objecten in de openbare ruimte hebben te maken.

Uitdraai uit een studentenregistratiebestand , met in de tweede en vierde kolom een opgave van het aantal studenten per straat. De illustratie laat zien hoe het voornemen om uit een universitair registratiesysteem het aantal studenten per straat af te leiden sneuvelde op het voorkomen van verschillende spellingvarianten. Van de straatnaam Ina Boudier-Bakkerlaan bleken er maar liefst 81 varianten in Nederland voor te komen, maar ook met Baron van Heemstra ligt het niet eenvoudig. Het herleiden tot postcodes lost veel, maar lang niet alle problemen op, omdat mensen gemakkelijker met namen werken dan met nummers.

In veel steden is een He(e)rengracht. Namen zijn dikwijls gelijk en de beelden die de naam oproept ook, maar de cultuurhistorische achtergrond kan van plaats tot plaats verschillend zijn.