Basisregistraties

Aardrijkskundige namen in de Basisregistraties: BRT, BAG en de BGT

De overheid is enkele jaren geleden begonnen met het introduceren van basisregistraties. Deze registraties bevatten authentieke gegevens.De overheden op alle niveaus zijn verplicht deze te gebruiken. Onder het motto “eenmalig inwinnen en meervoudig gebruiken” dienen de gegevens onderling uitgewisseld en hergebruikt te worden. In de basisregistraties Topografie (BRT), Adressen en Gebouwen (BAG) en de in ontwikkeling zijnde basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) komen aardrijkskundige namen voor.

De topografen van het Kadaster verzamelen bij hun opname ten behoeve van TOP10NL (onderdeel van de BRT) ook aardrijkskundige namen. Ze gaan daarvoor te rade bij de gemeente en andere officiële bronnen, maar doen ook zelfstandig onderzoek, en nemen bijvoorbeeld namen op die ze in het terrein of buitengebied (als opschriften) aantreffen. Daarbij letten ze ook op de namen en de schrijfwijzen zoals die op vorige edities van de topografische kaart voorkwamen, zodat gebruikelijke, traditionele schrijfwijzen, die tot onze culturele erfenis behoren, niet verloren gaan. Voorbeelden hiervan zijn veel streek- en veldnamen en namen van boerderijen.

Voor de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dient o.a. informatie over de adressen van gebouwen (straatnaam, nummeraanduiding, woonplaats waar het gebouw toe behoort) te worden verstrekt door de gemeente. Voor de naamgeving van onder meer straten en wegen hanteert men de term openbare ruimte. Onder de openbare ruimte vallen bijvoorbeeld ook waterlopen, parken en landerijen. Van (alleen) de woonplaatsen wordt naast de naam ook de begrenzing vastgelegd.

Men werkt thans (2010) de Basisregistratie Grootschalige Topografie uit, en gaat er van uit dat daarbij in principe de beherende instanties de juiste namen zullen aanleveren van de topografische objecten.

 

Fragment van een gazetteer van Nederland. In de kolom “code” staat POPL voor nederzetting, STRM voor natuurlijk water enz. In kolommen “long.” en “lat.” staan de lengte- en breedtegraden. Dan volgen twee administratieve kolommen, terwijl de laatste “adm.” de provincie van het betreffende object aangeeft.

 

Historische kaarten tonen historische namen, zoals op dit fragment van een zeventiende-eeuwse kaart van Noord-Holland.